Marianne van den Breeden volgde haar opleiding tot keramiste aan de Akademie voor Beeldende Vorming Amersfoort. Daarnaast volgde ze diverse workshops in het Keramisch Werkcentrum Heusden, waaronder een workshop geënsceneerde fotografie onder leiding van Rommert Boonstra. In 1986 maakte ze een reis naar Mexico en de Verenigde Staten met een beurs van het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Ze nam deel aan talrijke groepstentoonstellingen in Nederland en aan de internationale reizende tentoonstelling Café Noir: the European Coffee Cup in 1988. Ze exposeert in verschillende steden bij de Kunstuitleen en ontwierp relatiegeschenken voor onder andere de gemeente Utrecht (2006).
Grootschalige objecten en kleinschalig vaatwerk
Het werk van Marianne van den Breeden neemt uiteenlopende vormen aan. Enerzijds ontwerpt zij grote vazen en schalen, unieke exemplaren of in kleine oplage, anderzijds produceert ze series van kleiner vaatwerk voor dagelijks gebruik. In alle gevallen wordt haar werk gekarakteriseerd door buitengewone vormen, onverwachte details en aandacht voor decoratie.
De vazen en schalen van Marianne van den Breeden hebben niets van doen met soberheid en pure functionaliteit. Deze in het oog springende objecten hebben een gebruiksfunctie, in die zin dat ze iets kunnen bevatten, maar daarbij zijn het vooral autonome objecten die hun functionaliteit niet noodzakelijk nodig hebben om hun bestaan te verantwoorden. Door ervoor te kiezen de draaitechniek terzijde te laten en de vazen en schalen met de hand op te bouwen uit platen klei ontstaan onregelmatige en asymetrische vormen met een uniek karakter. De grote vlakken die van den Breeden hierdoor creëert geven haar alle ruimte om haar passie voor decoreren uit te drukken. Kleurrijke abstracte en organische motieven, reliefs en holtes zijn kenmerkend in haar keramische objecten. Dit gevoel voor decoratie doet sterk denken aan post-modernistische ontwerpers als Alessandro Mendini die er niet voor terugschrikken hun objecten met veel kleuren en motieven te bedekken.
De laatste jaren richt Marianne van den Breeden zich voornamelijk op het serieel vervaardigen van kleiner vaatwerk zoals koppen, kommen en schotels. Hoewel functionaliteit duidelijk een grotere rol is gaan spelen, blijven vorm en decoratie een belangrijk deel in het geheel. Het werken op kleinere schaal, in serie en met een ander doel heeft echter een grote invloed op de vormentaal. Deze is niet alleen tweedimensionaler geworden, in vergelijking met de karakteristieke reliefs en overlappingen van de vazen en schalen, maar ook figuratiever. De ontdekking van de mogelijkheden van keramische transfers speelt hierin een belangrijke rol; door middel van deze techniek kunnen foto’s en tekeningen omgezet worden in keramische transfers om vervolgens in het glazuur te worden gebakken. Van den Breeden maakt hiervan intensief gebruik om bloem- en diermotieven, alsmede teksten op haar objecten te printen.
Het serviesgoed wordt niet alleen in series geproduceerd, maar ook in sets. Marianne van den Breeden buit deze manier van werken uit door met de verschillende elementen toch steeds een eenheid te creëren. Zo is er in de bekerset ‘Dialoog’ een duidelijke samenhang tussen de twee koppen die samen één schotel delen. In het oorspronkelijke concept vormen deze gezamenlijk een theaterdialoog, terwijl ze in de vissenvariant beiden een helft van een afbeelding dragen die pas compleet is als beide bekers naast elkaar geplaatst worden. De recente serie ‘Nest’ bestaat uit driedelige sets van kommen en bekers die precies in elkaar passen. Het ‘nest’ wordt afgemaakt met een netje dat de drie elementen bij elkaar houdt. Zo getuigen de ontwerpen van Marianne van den Breeden van subtiliteit, eenvoud en eenheid tot aan de verpakking.Brigitte Nuchelmans
Kunsthistorica, Parijs
2007